Na 25 jaar maken, tekenen en groeien zie ik de laatste jaren een rode draad in m'n werk. 
Mijn hou-vast is vooral door persoonlijke veranderingen aan t verschuiven, door veranderingen in persoonlijke leven zowel mentaal als fysiek. 
Van mijn omgeving naar mijn binnenwereld maak ik een een andere vertaling naar mijn beeldend werk.
Een entree van de drie v's, de vlinder, vogel en vis dienen als bouwblokken waarmee ik planten, wortels, takken, bloemen en zaden met elkaar laat vergroeien en ook verweven met een rode draad. 
De vlinder staat voor transformatie. Voor het proces van afbreken en opnieuw ontstaan. 

De vis beweegt in het water van het onderbewuste. Zij vertelt over intuïtie, over de diepte, over teruggaan naar de oorsprong. Naar waar alles begon.

De vogel verbindt hemel en aarde. Zij draagt spiritualiteit en geloof, het verlangen naar vrijheid en perspectief.

Tussen de drie V's loopt  een rode draad. Soms is het een bloedvat, soms een wortel, soms een tak. Het verbindt en vergroeid elementen in de tekening. Het herinnert mij eraan dat alles met elkaar samenhangt — het zichtbare en het onzichtbare, het breekbare en het krachtige, het verleden en wat nog komt. 
Met vergroeien worden er nieuwe verbindingen gemaakt of het laat verdwijnen, opgaan in het andere.